door Marleen Lammers, medewerker VOS/ABB, belangenorganisatie voor bestuur en management van het openbaar onderwijs
De ouders in het artikel ’Als ze wil bidden, dan mag ze dat’ geloven zelf niet, maar sturen hun kind wel naar een christelijke school. Zij verwachten dat een religieuze school meer aandacht voor waarden en normen heeft. Waar komt toch het beeld vandaan dat openbare scholen daar géén aandacht voor hebben?
De essentie van openbaar onderwijs is al sinds ruim twee eeuwen: het samenbrengen van verschillende levensovertuigingen, met overeenkomsten en verschillen in waarden
en normen. Bij veel ouders leeft het beeld dat alleen bijzondere scholen duidelijke waarden en normen hanteren. Het is een karikatuur om openbare scholen daartegenover te stellen als ’norm- en waardeloos’. Juist doordat het openbaar onderwijs geen leerlingen uitsluit, draagt het een brede verantwoordelijkheid ten aanzien van normen en waarden. Ouders die niet of niet actief religieus zijn, leren hun kinderen toch ook regels en omgangsnormen?
Een andere reden om te kiezen voor een school op religieuze grondslag is dat deze ouders hun kinderen ’iets’ willen meegeven van het geloof. Aangezien zij zich hier zelf niet zo mee bezighouden, zou de katholieke of protestants-christelijke school een uitkomst bieden. Is er dan op openbare scholen geen plaats voor religie? Ook hier overheersen kennelijk negatieve vooroordelen.
Openbare scholen zijn de plek bij uitstek om aandacht te besteden aan levensbeschouwing. Zij moeten, als ouders daarom vragen, godsdienstig en/of humanistisch vormingsonderwijs aanbieden. Dat is bij wet geregeld. Los daarvan is het de kracht van het openbaar onderwijs dat de school vanuit diverse invalshoeken kan kijken naar verschillende religies en levensovertuigingen. Er kan geen betere voorbereiding zijn op de pluriforme samenleving.
Bron: Trouw 08-01-11 katern 1 pagina 22